Hoofdstuk 7: De onderbouw

De onderbouw van het Jordan kent twee stromen. We hebben specifieke vwo-topklassen en we hebben brugklassen havo/vwo. Deze h/v-stroom kent een driejarige brugperiode. Desgewenst wordt pas aan het eind van die drie jaar de keus tussen havo of vwo gemaakt

Inhoud

7.1 Brugperiode

In de onderbouw blijven onze leerlingen drie jaar lang in dezelfde lesgroep zitten. Dit geldt zowel voor de vwo-topklassen als voor de h/v-klassen. Voor de leerlingen in de h/v-klassen vindt in de loop van deze drie jaar de determinatie plaats, dat wil zeggen: de bepaling of een leerling  beter de havo- dan wel de vwo-leerweg kan volgen. Tijdens de eerste twee jaar volgen de h/v-leerlingen in principe hetzelfde programma. Leerlingen voor wie dat echt nodig is, kunnen in de tweede klas al kiezen voor de havostroom, maar de meeste h/v-leerlingen stellen de keus tussen havo en vwo uit tot de derde. Tijdens het derde leerjaar kan op elk moment gekozen worden voor de havoleerweg, zonder dat de leerling van klas hoeft te wisselen.  We hebben voor deze aanpak gekozen om tot de meest zorgvuldige keuze tussen havo en vwo te komen.  Op deze manier kan recht gedaan worden aan de ontwikkeling die leerlingen juist in deze jaren doormaken.

7.2 V-topklas

Het Jordan heeft een v-topklas voor leerlingen met een stevig vwo-advies (vergelijkbaar met een gymnasiumadvies). Anders dan de h/v-klassen hebben leerlingen uit de v-topklas een extra vak: onderzoeksvaardigheden (ov). Bij ov leren leerlingen onderzoeksvaardigheden in vakoverstijgende projecten. 

V-topleerlingen hebben eens per week twee uur achter elkaar ov. Dat gebeurt in de reguliere lestijd. Leerlingen uit de v-topklas hebben dus wekelijks twee lesuren minder voor de andere vakken  dan leerlingen uit de h/v-klassen. Ze hebben net zoveel lesstof, maar minder tijd. Dit betekent dat leerlingen uit de v-topklas meer schoolwerk buiten schooltijd moeten doen. 

7.3 Differentiatie

In de h/v-klassen worden in de eerste en de tweede diverse pensumonderdelen gedifferentieerd aangeboden (als basis- of plusvariant). Dit gebeurt om leerlingen die meer kunnen, meer uitdaging te bieden en leerlingen die het nodig hebben meer begeleiding en oefening in de basisstof te bieden. Het gedifferentieerd materiaal is zodanig ingericht dat al het materiaal de basisstof behandelt die nodig is voor doorstroom naar havo en vwo, met andere woorden: het volgen van een bepaalde variant (basis of plus) bepaalt niet automatisch of de leerling na de brugperiode havo of vwo gaat volgen.

7.4  Pluskeuzes

Voor leerlingen in de eerste en tweede klas die wel wat extra uitdaging kunnen gebruiken, zijn er de zogenaamde pluskeuzes. Zo’n pluskeuze bestaat uit leuke, interessante leerstof die geen deel uitmaakt van de gewone lessen. Zowel in het tweede als in het derde pensum zijn er pluskeuzes. Pluskeuzes worden een maal per week aangeboden, gedurende het derde uur (de reguliere keuze). Alleen leerlingen die bij geen van de vakken problemen hebben met het tempo of het niveau, mogen  een pluskeuze volgen.  Zij moeten zich het missen van een reguliere keuze immers kunnen veroorloven.

7.5 Determinatie in de tweede

Een (klein) deel van onze h/v-leerlingen kiest al meteen na de tweede voor de havoleerweg. Hoe gaat dat in zijn werk? Bij sommige leerlingen wordt in de loop van het tweede jaar duidelijk dat het goed zou zijn om te kiezen voor de havoleerweg. Zij krijgen dan, meestal na de derde of vierde leerlingbespreking, een havo-advies. De mentor bespreekt dit havo-advies, namens de docenten,  met  leerling en ouders. Als dit havo-advies opgevolgd wordt, gaat de leerling vanaf het begin van de derde klas de havoleerweg volgen. Leerlingen die in de derde voor de havoleerweg kiezen, blijven zoals gezegd gewoon in hun oude, vertrouwde klas.

Indien nodig kan de havoleerweg ook opgelegd worden. Soms is de overgangsvergadering unaniem van mening dat havo de meest geschikte leerweg is voor een leerling. Zo’n leerling wordt dan gericht bevorderd naar 3 havo.

Aan het eind van het tweede leerjaar is niet voor alle leerlingen duidelijk of ze havo dan wel vwo moeten gaan doen. Voor hen gaat het determinatieproces in het derde leerjaar verder. Overigens kan het in een beperkt aantal gevallen voorkomen dat een leerling, in overleg met ouders en school, al in de loop van de tweede de havoleerweg gaat volgen.

7.6 Twee leerwegen in de derde

In de derde klas bestaan er voor de h/v-klassen twee leerwegen naast elkaar: een havo-leerweg en een vwo-leerweg. Deze twee leerwegen overlappen elkaar in belangrijke mate, zodat het mogelijk blijft havo- en vwo-leerlingen in dezelfde lesgroep te houden. Afgezien van bepaalde vakgebonden bijzonderheden is het verschil tussen beide leerwegen voornamelijk een kwestie van verwerkingsniveau en (in zekere mate) van tempo. Het havo-programma is iets minder omvangrijk en de eisen die in de proeven worden gesteld, zijn aangepast aan het havoniveau.

7.7 Determinatie in de derde
Alle leerlingen uit h/v-klassen die in het derde leerjaar niet voor de havoleerweg gekozen hebben, volgen automatisch de vwo-leerweg.  Soms blijkt dat voor hen een te zware opgave. Dan brengt de docentenvergadering in de loop van het jaar een havo-advies uit, waarna deze leerlingen kunnen overstappen op de havoleerweg. Dat gaat vrij soepel, want de leerling hoeft niet van klas te veranderen en wordt ook niet geconfronteerd met een volledig ander programma. De leerling vraagt bij de coördinator om een havopensumboekje, ouders krijgen een brief ter bevestiging dat hun zoon dochter is overgestapt naar de havo. Aan het einde van het derde leerjaar moet de determinatie voltooid zijn.
Ook in de derde kan de havoleerweg zo nodig opgelegd worden. Als een leerling op het einde van het derde leerjaar, naar het oordeel van de docenten, het onderwijs in 4 vwo met niet met succes kan volgen, zal hij hetzij doubleren hetzij gericht bevorderd worden naar 4havo. In twijfelgevallen wordt de leerling een overgang naar 4vwo ontraden. Ouders krijgen in dat geval een brief waarin ze op basis van het advies hun plaatsingsvoorkeur moeten aangeven. Ook wat betreft de keuze van een profiel in 4 vwo of
4havo kan de school beslissend optreden.

7.8 Vakkenpakket

Aan het eind van de derde klas stelt de leerling zijn vakkenpakket voor de bovenbouw samen. In dat pakket zitten enkele verplichte vakken, het "gemeenschappelijk deel". Daarnaast kiest de leerling een "profiel", te weten Cultuur en Maatschappij (CM), Economie en Maatschappij (EM), Natuur en Gezondheid (NG) of Natuur en Techniek (NT). Elke leerling kiest tot slot nog minstens examenvak in het "vrije deel". De docenten geven advies over het gekozen profiel. Dat advies is niet vrijblijvend. Als een leerling naar het oordeel van de docenten het gekozen profiel niet aankan, kan de overgangsvergadering de leerling laten doubleren of bevorderen naar 4 havo in plaats van 4 vwo.

7.9 Extra vak in het vakkenpakket

Leerlingen kunnen desgewenst ook kiezen voor een extra vak in hun vakkenpakket. Om daarvoor in aanmerking te komen moet de leerling echter wel aan enkele voorwaarden voldoen. Het is immers niet niks om in een extra vak examen te doen. De leerlingen moeten vóór de overgangsvergadering laten weten welk extra vak ze eventueel in hun pakket willen hebben. Het is dus niet mogelijk om na de overgangsvergadering nog een extra vak aan te vragen (tenzij er een dringende reden voor dat uitstel was, maar ook in dat geval kan toewijzing van het extra vak niet meer gegarandeerd worden). De overgangsvergadering besluit of een extra vak wordt toegestaan.

Een extra vak mag, als naar het oordeel van de docenten:

  • de pensumstand van het betreffende vak hoog genoeg is voor aansluiting op de stof van het volgende jaar;
  • het niveau van de leerling in het vak minstens ruim voldoende is;
  • het voor de leerling haalbaar is om met het gehele pakket succesvol aan het eindexamen deel te nemen.

Als de beslissing van de docentenvergadering positief uitvalt, mag de leerling het extra vak in zijn pakket opnemen. Dat betekent echter niet dat hij altijd de lessen in dat vak zal kunnen volgen. Vaak kan slechts een deel van de lessen in het extra vak gevolgd worden. Ook is het mogelijk dat lessen in het extra vak ten koste gaan van lessen in andere vakken. Voor een gemotiveerde leerling die zelfstandig kan werken, blijkt dat in de praktijk niet zo'n bezwaar te zijn. Nota bene: een extra vak telt aan het einde van het jaar mee voor de overgang.

7.10 Beoordelingscategorieën

Docenten beoordelen het werk van onderbouwleerlingen op: verwerving, inzicht en presentatie. Deze beoordelingscategorieën zijn ook terug te zien in het pensumboekje. Voor hun beoordeling gebruiken de docenten de termen:  'g(oed)', 'r(uim voldoende)', 'v(oldoende)', 'z(wak)' of 'o(nvoldoende)'. Vuistregel is dat een ‘v’ betekent dat de leerling aan het havoniveau heeft voldaan. Dit is echter niet meer dan een vuistregel; een paar ‘v’tjes’ betekent nog niet automatisch een havo-advies. Het ‘soortelijk gewicht’ van de beoordelingscategorieën laat zich het best in cijfers uitdrukken. Een ‘g’ is een 8.0 of hoger. Een ‘r’ loopt van 7.0 tot en met 7.9. Een ‘v’ loopt van 6.0 tot en met 6.9. Een ‘z’ loopt van 5.0 tot en met 5.9. Een ‘o’ is lager dan 5.0.

7.11 Lessentabel in de onderbouw

De onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal lessen per vak in de onderbouw.
Het rooster is geperiodiseerd. Dat wil zeggen dat het aantal lesuren voor een vak per periode kan verschillen.

leerjaar

1


2


3

Nederlands

9

     8


9

Engels

8


5


5

Duits

-


7


7

Frans

8


7


4

geschiedenis

5


5


7

aardrijkskunde

5


4


5

wiskunde

8


9


10

natuurkunde

-


6


7

scheikunde

-


-


5

biologie

4


6


4

economie

-


-


5

muziek en drama

5


4


2

beeldende vormgeving en techniek

8


3


2

lichamelijke opvoeding

8


8


7

studieles

4


4


2

















zoeken
Montessori Lyceum Herman Jordan Zeist | Inloggen |
Jordanlaan 3, 3706 TE Zeist, tel. (030) 695 47 08, info@hermanjordan.nl