Hoofdstuk 12: Overgangsbeleid

Dit hoofdstuk licht het overgangsbeleid toe, in onderbouw en bovenbouw.

Inhoud

12.1 Overgangsbeleid in de onderbouw

Uitgangspunt bij het overgangsbeleid in de onderbouw is het normtempo van vier pensa per jaar. We verwachten van de leerling dat hij deze pensa aan het einde van het jaar goeddeels en op het vereiste niveau heeft afgerond. Wanneer dat niet het geval is, kan de docentenvergadering besluiten de leerling niet te bevorderen naar het volgende leerjaar.

In de onderbouw gelden de volgende regels:

  • Leerlingen met een gemiddelde pensumstand gelijk aan of hoger dan 53 punten worden besproken. Afhankelijk van de omstandigheden kan de vergadering besluiten om de leerling te bevorderen of te laten doubleren.
  • Leerlingen met een gemiddelde pensumstand beneden de 53 punten worden niet bevorderd.
  • Bij het bepalen van de gemiddelde pensumstand tellen alle vakken mee. We gaan er daarbij van uit dat de leerling op eigen initiatief de resterende onderdelen van de jaarstof in de laatste inloopweek afrondt.
  • Er geldt een minimumeis per vak van 40 punten. Dat betekent dat een leerling kan doubleren op grond van een te grote achterstand bij één vak.

Tot slot is overgang naar het volgende leerjaar alleen mogelijk als de resultaten van het werk aan de kwaliteitscriteria voldoen. Voor de vwo-klassen is vwo-niveau nodig. Voor 1h/v en 2h/v betreft dit een havo/vwo-niveau. Voor 3h/v is dit afhankelijk van de gekozen richting (havo of vwo) en het gekozen profiel. Bij het overgangsbeleid 3h/v is dit nader gespecificeerd.

12.2 Doubleren

Leerlingen mogen niet ‘zo maar’ blijven zitten. Voor doubleren gelden de volgende regels:

  1. Doubleren in de eerste klas kan alleen worden toegestaan bij een meerderheid van stemmen.
  2. De vergadering kan tweede- en derdeklassers het recht te doubleren ontzeggen.
  3. Een leerling mag niet tweemaal in dezelfde jaarlaag doubleren en niet in twee opeenvolgende lagen doubleren
12.3 Plan van aanpak
Als een leerling op pensumstand dreigt te blijven zitten,  nemen we maatregelen. Bij tweede- of derdeklassers met grote achterstanden, moet de vergadering zich helder uitspreken over de oorzaken hiervan. De vraag of ons onderwijs past bij deze leerling staat daarin centraal. Als de vergadering constateert dat de leerling achterblijft in motivatie of werkhouding, zal de leerling de mogelijkheid te doubleren worden onthouden. De beslissing een leerling niet te laten doubleren wordt genomen in de laatste bijeenkomst, maar moet worden voorbereid in de tweede-, of derde vergadering. De vergadering spreekt zich uit aan de ouders in een zogenaamde coördinatorenbrief. Daarop treden ouders en mentor in gesprek, om een plan van aanpak vast te stellen.

12.4 Peildatum

Het meetmoment voor de pensumstanden is de woensdag in de week voorafgaande aan de leerlingenbesprekingen, de zogeheten peildatum. De peildata vindt u in de jaaragenda op de website. De leerling moet op de laatste peildatum genoeg gevorderd zijn om in bespreking genomen worden. De week van de leerlingenbesprekingen is bedoeld om de laatste achterstanden weg te werken. Als de docent er door omstandigheden niet in slaagt het programma dat in het pensumboekje beschreven is, uit te voeren, wordt de pensumstand door de docent aangepast.

12.5 Bijzondere gevallen

Voor leerlingen met zeer bijzondere problemen (langdurige ziekte bijvoorbeeld) kan een uitzondering worden gemaakt. Wanneer leerling, ouder of mentor zien aankomen dat zo'n leerling mogelijk de  gemiddelde pensumstand van 53 punten of de 40 punten voor een individueel vak niet haalt,  nemen ze uiterlijk drie dagen voor de overgangsvergadering contact op met de voorzitter van de vergadering. In onderling overleg kan dan worden bekeken of de voorzitter aan de vergadering een voorstel voorlegt om - onder condities - toch tot bevordering over te gaan.

12.6 Overgangsbeleid in 2h/v

Een (klein) deel van de leerlingen uit 2h/v krijgt op derde of vierde leerlingbespreking een havo-advies. Als  aan zo'n havo-advies gevolg gegeven wordt, gaat de leerling in de derde klas vanaf het begin de havoleerweg volgen. Bij sommige van deze leerlingen is de overgangsvergadering unaniem van mening dat havo de meest geschikte leerweg is, zij worden gericht bevorderd naar 3 havo.

12.7 Overgangsbeleid in 3h/v

Voor 3h/v gelden dezelfde regels ten aanzien van bevordering als voor 1h/v en 2h/v,  plus nog enkele aanvullende regels.  Bij de overgang van de derde naar de vierde moet immers ook de definitieve keus tussen havo of vwo en de keus voor een bepaald profiel worden gemaakt. Voor de derde gelden de volgende extra overgangsregels:

Zo nodig wordt op de overgangsvergadering door de docenten beslist, of een leerling verder kan in 4vwo of in 4havo, ook als die beslissing niet strookt met de wens van de leerling zelf.

  • Bij de overgang naar 4vwo of 4havo speelt het door de leerling gekozen profiel en de verdere pakketkeuze een belangrijke rol. Het kan voorkomen dat de docenten op grond van de studieresultaten van de leerling een bepaald vakkenpakket sterk ontraden of verbieden.
  • Als de leerling bevorderbaar is, wordt gekeken tot welke richting (havo of vwo) en tot welk profiel de leerling kan worden toegelaten. Toelaatbaar is de leerling die:
    • Binnen het totale pakket geen onvoldoende beoordelingen en maximaal bij één vak binnen het pakket (maar buiten het profiel) een zwak als beoordeling bij inzicht heeft gehaald
    • Binnen het profieldeel bij twee van de vier vakken minimaal een ruim-voldoende bij inzicht heeft gehaald
  • In alle overige gevallen geldt dat de leerling die bevorderbaar is, door de vergadering in bespreking wordt genomen. De vergadering beslist over de vraag of de leerling op havo of vwo kan worden toegelaten en tot welk profiel de leerling kan worden toegelaten.
  • Voor de vakken die de leerling niet in zijn vakkenpakket kiest, geldt in sommige gevallen een 'afrondingsprogramma'. De afrondingsprogramma's zijn te vinden in het pensumboekje. Omdat de leerling het afrondingsvak in de bovenbouw niet meer volgt, moet hij voor de overgangsvergadering het gehele afrondingsprogramma hebben voltooid. Als de leerling wordt bevorderd zonder dat het gehele afrondingsprogramma klaar is, dan wordt hem een inhaalopdracht opgelegd.

12.8  Overgangsbeleid in de 3vwo-topklas
Voor de 3vwo-topklassen geldt precies hetzelfde overgangsbeleid als voor de 3h/v-klassen. Dat betekent dat de vergadering zou kunnen besluiten om een 3vwo-topleerling die een 'onvoldoende' scoort voor een vak of een 'zwak' voor inzicht bij een vak uit zijn pakket, in 4havo te plaatsen. Het is uiteraard niet evident om een leerling uit de 3vwo-topklas naar 4havo te sturen, maar de mogelijkheid bestaat wel. Zodra de vergadering voorziet dat een 3vwo-topleerling mogelijkerwijs naar 4havo wordt verwezen, worden ouders geïnformeerd over dit risico.

12.9  Overgangsbeleid in de bovenbouw
Van bovenbouwleerlingen wordt verwacht dat zij op de laatste peildatum ten minste een gemiddelde pensumstand van 53 punten hebben bereikt. Verder moet voor ieder vak ten minste 40 punten zijn behaald. Bovendien moet het niveau voldoende zijn om het examen met succes te kunnen afronden.

 Van belang daarvoor zijn de zogenaamde de prognosecijfers. In het prognosecijfer geeft de docent aan welk eindcijfer de leerling op het examen naar alle waarschijnlijkheid zal gaan behalen. Bij de bepaling van het prognosecijfer houdt de leraar niet alleen rekening met de resultaten van (peil)proeven, werkstukken en praktische opdrachten, maar ook met de achterstanden die de leerling heeft. Als een leerling prognosecijfers heeft die voldoende zijn om te slagen, kan hij over naar het volgende jaar,  mits aan de andere eisen voor overgang is voldaan. Prognosecijfers worden opgemaakt voor 4 havo en voor 5 vwo.

De prognosecijfers zijn 'werkgegevens' voor de beraadslaging van de docenten op de overgangsvergadering. Ze hebben niet de status van 'rapportcijfers'. Ze kunnen ter vergadering worden aangepast. De prognosecijfers worden niet op het eindverslag van de leerling vermeld.
De leerling met ontoereikende prognosecijfers krijgt zo nodig  aanwijzingen hoe hij zijn studieresultaten op een niveau kan krijgen. Leerlingen uit 4 vwo wier prestaties zodanig achterblijven dat doubleren dreigt, kunnen een zogenaamde C-brief krijgen. Naar aanleiding van deze brief maken leerling en mentor een plan van aanpak om de prestaties te verbeteren. Indien dit plan van aanpak faalt en de leerlingen niet bevorderd kan worden naar 5 vwo, behoudt de vergadering zich het recht voor om de leerling voor het volgende schooljaar in 4 havo te plaatsen.

12.10 Revisie en bezwaar

In uitzonderlijke gevallen kan een beslissing die op de overgangsvergadering is genomen, worden herzien. Een verzoek om revisie wordt uiterlijk twee dagen na het bekendmaken van de beslissing aan de leerling door de mentor bij de coördinator ingediend. De coördinator van de betrokken lesgroep bepaalt of het besluit ter heroverweging aan de docenten zal worden voorgelegd. Beslissend is daarbij of er nieuwe informatie bekend is geworden, die de eerder genomen beslissing in een ander licht plaatst.

Tegen de beslissing van de coördinator op het verzoek om revisie of tegen de beslissing van de revisievergadering kan bezwaar ingediend worden bij de rector. Het bezwaar dient binnen twee schooldagen nadat de bezwaarde kennis heeft genomen van de beslissing aan de rector kenbaar te worden gemaakt. Na overleg met de betrokken functionarissen van de school brengt de rector zijn beslissing binnen twee weken schriftelijk ter kennis van de bezwaarde.

12.11 Afspraken met doubleurs

Wanneer een leerling gedoubleerd is, neemt hij in de eerste week van het nieuwe schooljaar contact op met de docenten die hij het voorgaande jaar heeft gehad. De docent en de leerling spreken af welke onderdelen van de stof niet meer behoeven te worden overgedaan en maken een plan, zodat de doubleur onmiddellijk aan het werk kan.

In het algemeen hanteren we daarbij de volgende uitgangspunten:

  • Bij doubleren in de brugklas doet de leerling de gehele leerstof over.
  • Bij doubleren in de tweede en derde klas en 4- en 5 vwo en 4 havo hoeven de zelfstandig te verwerken onderdelen die eerder ruim voldoende of goed zijn afgetekend, niet meer opnieuw te worden gedaan.
  • Bij doubleren in 4- en 5 vwo en 4 havo hoeven schoolexamens die met een 6,0 of hoger zijn afgesloten niet te worden overgedaan. (voor bijzonderheden zie het Examenreglement.)

12.12 Inhaalopdrachten

In de onderbouw zijn er zogeheten inhaalopdrachten. Als een leerling voor een bepaald vak een pensumstand van minder dan 50 punten haalt, kan een inhaalopdracht worden gegeven. Een derdeklasser kan ook een inhaalopdracht krijgen voor een vak dat hij niet in zijn pakket heeft gekozen. In zo’n geval kan er ook een inhaalopdracht worden verstrekt bij een achterstand kleiner dan 10 punten.

Een leerling geeft zich aan het einde van het jaar zelf op voor een inhaalopdracht. Als de leerling dat vergeet kan de vakdocent dat later alsnog doen. Een leerling met een inhaalopdracht zal in de vergaderweek op school aan deze opdracht moeten werken. De inhaalopdrachten worden voorafgaand aan de vergadering opgelegd. Dat betekent dat een inhaalopdracht niets zegt over de eventuele overgang van de leerling.

Leerlingen die een inhaalopdracht toegewezen hebben gekregen, worden verplicht in de vergaderweek de hele week te werken aan hun inhaalopdrachten. Als inhaalopdrachten ook bij het begin van het volgend schooljaar nog niet zijn afgerond,  kan de leerling een interne schorsing worden opgelegd, waarbij de leerling geen lessen kan volgen, maar in plaats daarvan op de D-gang aan zijn/haar inhaalopdrachten werkt. De schorsing wordt opgeheven, zodra de inhaalopdrachten zijn afgerond.

12.13 Verplichte keuze
De vergadering kan leerlingen met achterstanden in een bepaald vak verplichten om wekelijks een bepaalde keuze van dat vak te bezoeken. Bovenbouwleerlingen kunnen ook een verplichte begeleidingsles opgelegd krijgen.

12.14 Andere school

Helaas moeten wij leerlingen soms meedelen dat ze een andere school moeten zoeken. Voor  enkele leerlingen is doubleren namelijk geen oplossing, bijvoorbeeld omdat havoniveau toch te hoog gegrepen blijkt of omdat de leerling, ondanks alles, niet kan wennen aan het Jordansysteem.  In dergelijke gevallen sturen we ouders na de tweede of derde leerlingbespreking een zogenaamde C-brief. Daarin kondigen we aan dat doubleren dreigt zodat ouders zich beter bijtijds op een andere school kunnen oriënteren. Vanzelfsprekend laten wij het liever niet zo ver komen. De mentor helpt in zo’n geval met het opstellen van een plan van aanpak dat doubleren moet voorkomen.
Ook leerlingen die twee keer achter elkaar of in aansluitende leerjaren blijven zitten, kunnen van school worden verwijderd.
Een besluit tot verwijdering wordt doorgaans voorbereid door een zogenaamde 'R-brief' na het eerste, tweede of derde verslag. De R-brief  waarschuwt ouders voor een op handen zijnde verwijdering.

 

 



zoeken
Montessori Lyceum Herman Jordan Zeist | Inloggen |
Jordanlaan 3, 3706 TE Zeist, tel. (030) 695 47 08, info@hermanjordan.nl
sirinevler escortsirinevler escortatakoy escortmecidiyekoy escortetiler escortatasehir escortkadikoy escort