Hoofdstuk 10: Leerlingbegeleiding

Bij onze werkwijze is de leerling in grote mate zelf verantwoordelijk is voor zijn vorderingen. Daarvoor is een goede begeleiding van leerlingen vereist.

Inhoud

10.1 De individuele mentor

De mentor vormt de spil in de begeleiding van de leerling. Iedere week ziet hij zijn leerling tenminste éénmaal op een vast tijdstip. Per leerling heeft hij gemiddeld zeven minuten hiervoor tot zijn beschikking; soms zal de mentor de ene keer een leerling wat meer en een andere keer wat minder aandacht geven.

10.2 De werkbespreking
In de werkbespreking helpt de mentor de leerling steeds zelfstandiger en onafhankelijker te worden; in zijn manier van coaching probeert hij de leerling zoveel mogelijk verantwoordelijkheid te geven voor zijn eigen ontwikkeling. De mentor heeft dus een ondersteunende, helpende rol. Van de leerling wordt ook een inspanning verwacht: hij moet op tijd op de werkbespreking zijn, nadenken over wat hij aan de orde wil stellen, spullen bij zich hebben zoals het pensumboekje en zich houden aan gemaakte afspraken, zoals b.v. het van te voren maken van een planning.

Werkbesprekingen worden dikwijls in kleine groepjes leerlingen uit dezelfde klas gehouden: voordeel is dat leerlingen elkaar onderling ook kunnen informeren en helpen. De mentor houdt van tijd tot tijd een-op-een-gesprekken, zodat de leerling gemakkelijker iets persoonlijks bij hem kwijt kan.

10.3 Maatwerk
Het individuele mentoraat maakt het mogelijk om maatwerk te leveren: de aard van de werkbespreking verschilt al naargelang de behoeftes van de leerling. De leerling bepaalt dus voor een deel de agenda van de werkbespreking. De ene leerling heeft behoefte aan een gedegen controle van de planning, een andere aan persoonlijke gesprekken over zijn functioneren in de klas. Dit neemt niet weg dat de mentor met regelmaat alle aandachtsgebieden van de begeleiding aan de orde stelt; hij bepaalt daarmee het andere deel van de agenda.

10.4 Aandachtsgebieden

Tijdens de werkbespreking passeren in de loop van het schooljaar onder andere de volgende onderwerpen de revue:

Vorderingen: de leerling stelt de mentor op de hoogte van de vorderingen (en achterstanden). De mentor bespreekt met de leerling ook het verslag, inclusief de (prognose)cijfers.

Planning: de leerling zorgt voor een planning. De mentor gaat met de leerling na of de planning adequaat en haalbaar is en vult indien nodig aan. In de studielessen van de eerste- en tweedeklas wordt veel aandacht aan het leren plannen besteed. In de werkbespreking zal slechts incidenteel tijd zijn voor het maken van de planning zelf. In de bovenbouw herinnert de mentor de leerling aan deadlines en tentamens door te verwijzen naar het pta.

Achterstanden: de mentor spreekt de leerling aan op achterstanden, confronteert hem met de consequenties daarvan en helpt de leerling bij het zoeken van oplossingen. Leerling en mentor maken duidelijke en concrete afspraken over acties die ondernomen dienen te worden. De mentor bewaakt het nakomen van deze afspraken.

Persoonlijke zaken: de leerling kan met persoonlijke kwesties bij de mentor terecht en de mentor heeft een open oor hiervoor. Zo nodig houdt de mentor apart werkbespreking. De mentor houdt rekening met de privacy van de leerling. De mentor verwijst op tijd door naar vakdocent, counselor, vertrouwenspersoon of coördinator.

Profiel: de leerling kan bij zijn zoektocht naar het juiste profiel en de juiste vervolgopleiding terecht bij de mentor. De mentor confronteert de leerling indien nodig met zijn mogelijkheden en verwijst desgewenst naar de decaan.

Contact met ouders: de mentor geeft –met in inachtneming van de privacy van de leerling- aan de ouders informatie op het verslag en tijdens het ouderspreekuur en geeft gehoor aan telefoon en e-mail van ouders. De mentor neemt zelf geen initiatief naar de ouders, tenzij zich een onverwacht ernstig probleem voordoet of doubleren dreigt.

10.5 Groepsmentoraat

In het eerste en tweede leerjaar kennen we een groepsmentoraat. Per klas zijn twee docenten mentor voor de gehele groep. Zij geven ook wekelijks een studieles. Daarnaast zijn zij de individuele mentoren van de leerlingen in hun klas.

Het groepsmentoraat in de derde klas is op andere leest geschoeid. Er is dan één groepsmentor per klas. Deze groepsmentor geeft een deel van het jaar een studieles. Deze studielessen staan vooral in het teken van de profielkeuze. Bovendien is de groepsmentor in de derde meestal niet de individuele mentor van de leerlingen. In de derde zetten leerlingen een volgende stap naar zelfstandigheid. Naast de groepsmentor kiezen derdeklassers namelijk een individuele mentor.  Met die individuele mentor hebben zij wekelijks werkbespreking. De leerlingen kiezen hun individuele mentor zelf uit de groep docenten van wie ze les hebben.
Naast de profielkeuze besteden de studielessen ook aandacht aan onder meer: het groepsklimaat in de klas,  pesten,  omgaan met conflicten,  alcohol- en drugsgebruik,  intimiteit en seksuele intimidatie.

10.6 Counseling

Counseling is een bijzondere vorm van begeleiding die zich richt op leerlingen die - om welke reden dan ook - de behoefte hebben vertrouwelijk met iemand te praten over een probleem dat hen bezighoudt.
Het bijzondere zit vooral in de wijze waarop deze hulp wordt geboden: de leerling wordt geholpen zelf de weg uit het probleem te vinden; het gaat meer om begeleiden dan om leiden, meer om luisteren en meedenken dan om dirigeren.

Vaak zal één of een beperkt aantal gesprekken voor de leerling voldoende zijn om helderheid te krijgen en zelf weer verder te gaan. Soms - als het om dieperliggende problemen gaat - zal een langere serie gesprekken plaatsvinden. Het is echter niet de bedoeling te komen tot een langdurig therapeutisch contact: als dat nodig is zal de counselor verwijzen naar passende hulpverlening buiten de school.

Leerlingen kunnen op eigen initiatief naar de counselor gaan of op aanraden van de mentor.

Bianca Mollink is counselor.

10.7 Decanaat

Misjel Hollander is onze decaan. Hij begeleidt leerlingen bij hun studie- en beroepskeuze.
In het derde leerjaar komt de keuze voor havo en vwo aan de orde met daarbij ook de keuze van het profiel in de Tweede Fase en het vak in het vrije deel. De decaan is daarom nauw betrokken bij de studieles in de derde klas. In 4- en 5-havo en 5- en 6-vwo begeleidt hij het project Loopbaanoriëntatie en -begeleiding. De taak van de schooldecaan is daarbij aan te moedigen, motieven duidelijk te helpen maken, op consequenties van keuzen te wijzen, kortom: een gefundeerde keuze te bevorderen.

De decaan beschikt over uitgebreide informatie over schooltypen, toelatingsprocedures, studiemogelijkheden, beroepen, studiefinanciering en dergelijke.

10.8 Rol van ouders bij begeleiding

Onze school heeft een manier van werken die op een aantal punten afwijkt van 'andere' scholen. Het is voor ouders dan ook van belang op de hoogte te zijn van onze manier van werken.

Zeker in de brugklas hebben leerlingen vaak behoefte aan structuur. Ouders kunnen meehelpen bij het bieden van structuur. De behoefte daaraan verschilt van kind tot kind. De één is uitstekend in staat alles al zelf te regelen, maar voor een ander kan het in het begin van de brugklas soms nodig zijn om samen de tas voor de volgende dag in te pakken.

Wanneer de ouders regelmatig met hun kind - bijvoorbeeld aan de hand van het pensumboekje - bespreken waarmee het op school bezig is, leren zij vanzelf de werkwijze van de school kennen. Het begeleiden bij het maken van een planning is vooral de verantwoordelijkheid van de mentor, dat een leerling thuis genoeg tijd aan zijn schoolwerk besteedt, is vooral een aandachtspunt voor de ouder.
Het ouderspreekuur dat telkens volgt op een leerlingbespreking is een belangrijk moment voor wederzijdse uitwisseling van informatie tussen ouder en school en voor het maken van afspraken. Wanneer ouders zich in de periode tussen de ouderspreekuren zorgen maken over hoe hun kind op school functioneert, is het verstandig dat zij contact opnemen met de mentor. Dat geldt ook als er persoonlijke of huiselijke omstandigheden zijn die invloed (kunnen) hebben op het schoolleven.

10.10 Zorgadviesteam

Op onze school is een zorgadviesteam (ZAT) werkzaam. Dit team bestaat uit de zorgcoördinator (Paul Oosterman), de counselor (Bianca Mollink), de schoolarts (Glenn Tan), de jeugdmaatschappelijk werker (Mirjam Timmerman van het CJG) en de leerplichtambtenaar (Thérèse van Keulen). Mentor en/of jaarcoördinator kunnen bij de besprekingen uitgenodigd worden.

Eens in de 5 à 6 weken komt dit team bij elkaar en bespreekt leerlingen over wie de school zich zorgen maakt; dit is het geval bij ingewikkelde sociaal-emotionele problemen of bij dreigend schooluitval. In het team wordt vervolgens gezocht naar de beste aanpak. Gegevens uit de dossiers van de school en b.v. schoolarts kunnen daarbij worden gebruikt. Deze bespreking leidt in principe tot een actie: tot adviezen voor de mentor of de counselor, tot een plan van aanpak voor de vakdocenten of tot verwijzing naar een externe instantie, zoals een testbureau, de schoolarts of jeugdhulpverlening. Doordat verschillende disciplines aanwezig zijn, kan het probleem van verschillende kanten bekeken worden; ook is de lijn naar externe hulpverlening kort.

Mentor of counselor melden zowel aan de leerling als aan de ouders van te voren dat de betreffende leerling in het ZAT wordt besproken. Uiteraard worden zij ook van het plan van aanpak in kennis gesteld.

10.11 Vertrouwenspersoon seksuele en andere vormen van intimidatie

Met het oog op een aangenaam leef- en werkklimaat besteden wij binnen onze schoolgemeenschap aandacht aan het vóórkomen en voorkómen van seksuele en andere vormen van intimidatie. Bij seksuele intimidatie hebben leerlingen last van opmerkingen over hun uiterlijk, kleding, gedrag, van aanrakingen of van blikken met een seksuele bijbedoeling. Deze seksuele intimidatie kan van de kant van medeleerlingen komen of van personeelsleden. Bij andere vormen van intimidatie kun je denken aan verbaal of fysiek geweld of aan bedreiging daarmee, aan pesten en chanteren.
Niet iedere leerling die zich geïntimideerd voelt, heeft hierop een afdoende antwoord. Gevoelens van angst voor en schaamte over een confrontatie met (seksuele) intimidatie kunnen het plezier in school overschaduwen en het leer- en leefklimaat in negatieve zin beïnvloeden.
In studielessen besteden we aandacht aan een veilig klassenklimaat, aan omgaan met pesten en seksuele intimidatie; meisjes in de vierde klassen doen mee aan de cursus zelfverdediging. Het pestprotocol voorziet in de afhandeling van pesterijen, met aandacht zowel voor de pester als voor de gepeste leerling.

Daarnaast zijn op onze school twee vertrouwensdocenten aangesteld tot wie leerlingen zich kunnen wenden wanneer zij het gevoel hebben dat er sprake is van intimidatie. Dit zijn Frank Lageweg (030-6924256) en Mijke van Oostenbrugge (030-6994579). Ook ouders kunnen namens hun kind met hen contact opnemen.

Onze vertrouwenspersonen vangen de leerling in eerste instantie op; zij verwijzen de leerling desgewenst door naar de externe vertrouwenspersoon, die de leerling verder helpt met haar/zijn klacht. Een van de mogelijkheden is dat de externe vertrouwenspersoon de leerling helpt bij het indienen van een klacht.

10.12 Huiswerkinstituten

Soms maken leerlingen gebruik van de diensten van één van de huiswerkinstituten in de buurt, om onder begeleiding een achterstand in te halen of in een vak bijgespijkerd te worden. Van tijd tot tijd signaleren wij hierbij problemen, omdat de begeleiding vanuit het huiswerkinstituut afwijkt van die van onze school (door mentor of vakdocent) zodat er voor de leerling een verwarrende situatie ontstaat.
Wij adviseren ouders daarom in voorkomende gevallen contact op te nemen met de mentor of vakdocent om afstemmingsproblemen te voorkomen.

10.13 Leerlingen met een leerstoornis (bijvoorbeeld dyslexie, dyscalculie)

Nathalie van de Akker is de coördinator waar het gaat om leerstoornissen (bijvoorbeeld dyslexie, dyscalculie).
Zij coördineert en voert het dyslexiebeleid uit. Bij haar kunnen ouders en leerlingen terecht voor informatie. Zie verder de notitie 'dyslexiebeleid':

Dyslexiebeleid

10.14 Andere leerlingen die extra zorg behoeven

De begeleiding van leerlingen met een visuele of auditieve handicap of met een sociaal-emotionele stoornis (NLD, ADHD, vormen van autisme) wordt gecoördineerd door Ineke Klein. Zij vormt een brug tussen leerling, ambulante begeleiding, mentor, vakdocenten, leerling en ouders.

10.15 Meerbegaafden

Voor de meerbegaafden is Emma Verheul de coördinator. Zij begeleidt ook begaafde leerlingen die kampen met een motivatieprobleem of onderpresteren.

10.16 Zorgplan

Meer informatie over onze omgang met zorgleerlingen kunt u vinden in ons zorgplan:  Zorgplan

10.17 Meldcode huiselijk geweld
Zoals voorgeschreven voor scholen, beschikt het Jordan over een procedure om huiselijk geweld te signaleren. Onze Meldcode Huiselijk Geweld vindt u hier
10.18 Medicijngebruik
Soms gebruiken leerlingen medicijnen. Het Jordan heeft daarvoor een protocol opgesteld. Uitgangspunt daarbij is dat de school, om de veiligheid te waarborgen, geen medicijnen verstrekt aan leerlingen. Zie voor meer informatie het Protocol medicijnvertrekking en medisch handelen.


zoeken
Montessori Lyceum Herman Jordan Zeist | Inloggen |
Jordanlaan 3, 3706 TE Zeist, tel. (030) 695 47 08, info@hermanjordan.nl